Fernando

door buurtpastor Elizabeth van Dis  

Regelmatig ga ik even aan bij meneer en mevrouw Bogers. We drinken een kopje koffie en nemen de post door. ´Wat ik nou weer voor een brief heb gekregen.. Ik ken er geen wijs uit worden´, mevrouw Bogers duwt me een brief van de BGHU in handen. Ik lees de brief door en vertel dat ze belasting moeten betalen maar dat ze mogelijk recht hebben op kwijtschelding. ´Zou je dat voor me kennen regelen?´ Ik leg uit dat we dit via de website moeten doen. ‘Dan moet je bij mijn man wezen.’ Mevrouw Bogers roept haar man uit de tuin. Even later zitten we met z’n drieën achter hun computer, die ongelofelijk traag is. Meneer Bogers moppert op het feit dat alles tegenwoordig digitaal moet en dat je nergens meer naar toe kan om iets persoonlijks te regelen. Samen vullen we de formulieren in en ik maak foto’s van de bewijsstukken. ‘Nu maar hopen dat ze ons goed gezind zijn, het leven is al duur zat’, zucht meneer Bogers. Mevrouw Bogers gaat koffiezetten maar rookt eerst een sigaretje onder de afzuigkap. ‘Daar zou ze  is mee moeten stoppen’, zeg haar man tegen mij. ‘Hou je kop en bemoei je er niet mee’, zegt mevrouw Bogers. ´Hij zit altijd zo te zeuren.´ Dan gaat de telefoon. ‘Je kleinzoon weer aan de lijn’, zegt meneer Bogers die de telefoon aan zijn vrouw geeft.

Ik weet dat meneer en mevrouw Bogers veel betekenen voor hun oude oppaskinderen. Hoewel ze geen familie zijn, worden zij als volwaardige kleinkinderen behandeld. Aan de stem van mevrouw Bogers te horen, merk ik dat er wat aan de hand is. ´Maar jongen dat moet je niet doen´, hoor ik haar zeggen. En: ‘Je ouders moeten dit echt weten hoor.’ Als ze even later heeft opgehangen kijkt ze bedrukt. ‘Wat nou weer?’, zegt haar man. Mevrouw Bogers zucht en zegt: ‘Fernando gaat nog steeds met die verkeerde jongens om en hij heeft weer geld betaald…’ ‘Nou gaan we het beleven! Dat gesodemieter! Hij heeft beloofd de contacten te verbreken, roept meneer Bogers. Mevrouw Bogers gaat ook staan en schreeuwt: ‘Jij hebt ook altijd zo makkelijk je oordeel klaar he?!’ Voor meneer Bogers kan reageren zeg ik: ‘Dit klinkt niet goed. Wat is er aan de hand met Fernando?’ Meneer Bogers: ‘Die jongen heeft nooit geleerd om voor zich zelf op te komen en kiest verkeerde vrienden. Hij moet z’n ballen is een keer laten zien.’ ‘Nou dat zeg je nu wel, maar het jochie wordt bedreigd’, zegt mevrouw Fernando. ‘Goh, jullie maken je zorgen om Fernando’, zeg ik. ‘Wat is eraan de hand?’ Mevrouw Bogers komt met de koffie en gaat naast mij op de bank zitten. Meneer Bogers ploft ook weer neer op zijn stoel. Samen delen ze hun zorgen over Fernando. Ik ken Fernando niet persoonlijk maar uit de verhalen lijkt het om een kwetsbare jongen te gaan met een lichtverstandelijke beperking. Hij kon nooit goed meekomen op de basisschool en is naar het speciaal onderwijs gegaan. Meneer en mevrouw Bogers vertellen dat hij dealt op school en zelf ook drugs gebruikt. Hij wordt steeds onder druk gezet door jongens op school die hem dwingen geld af te staan of drugs te verkopen.  Meneer en mevrouw Bogers maken zich erg veel zorgen over Fernando. Aan de ene kant vinden ze het bijzonder dat hij hen in vertrouwen neemt, maar aan de andere kant vinden ze het moeilijk om met een geheim rond te lopen waarvan zijn ouders niks afweten. We praten hier lang over door en uiteindelijk zeggen meneer en mevrouw Bogers dat ze het toch met zijn ouders gaan delen maar dat ze Fernando ervan eerst op de hoogte stellen.

Ik ben benieuwd hoe dit zal verlopen en vraag ernaar als ik weer bij hen ben. ´Nou ja…´, begint mevrouw Bogers. ´Eh… we hebben het er wel met Fernando over gehad en gezegd dat we met zijn ouders gaan praten, maar hij wil dat echt niet.´ ´Ik heb gezegd dat we dit door moeten zetten´, zegt meneer Bogers maar zij heeft zich weer laten ompraten.´ Ik kan me het dilemma goed indenken, maar ik denk dat het wel beter is als zijn ouders op de hoogte zijn zodat we samen kunnen onderzoeken hoe we dit kunnen doorbreken. We praten erover door en opeens zegt mevrouw Bogers: ‘Zullen we anders nu gaan, dan ken je mee en me helpen als dat nodig is.’ Ik voel me overvallen door deze vraag! ‘Ik ken die mensen helemaal niet’, schiet het door me heen. ‘Wat zouden ze ervan vinden als we onverwachts op de stoep staan?’ Mevrouw Bogers kijkt me verwachtingsvol aan. ‘Ik vind het wel een goed idee’, zegt meneer Bogers. ‘Maar dan ga ik samen met Elizabeth want  dan kennen we effe met z’n moeder praten als vrouwen onder elkaar.’ ‘Oké, ik ga met je mee’, zeg ik. We spreken af dat zij het verhaal mevrouw Bogers het verhaal doet en dat ik eventueel aanvul waar nodig.

Even later staan we voor het portiek waar Fernando woont. Mevrouw Bogers belt aan. Net als we denken dat er niemand thuis is, horen we een stem die vraagt wie er is. ‘Ha, wijfie, ik ben het. Mag ik effe binnenkomen?’ De deur gaat open en we lopen de trappen op naar de derde verdieping. De moeder van Fernando lijkt net wakker te zijn. ‘Was het toch niet beter geweest om even te bellen?’, vraag ik me af. Mevrouw Bogers zegt: ‘Angela, we willen effe met je praten.’ Ik stel mezelf voor en zeg: ‘Je denkt vast; wie is dat nou weer, maar mevrouw Bogers heeft gevraagd of ik even mee wil komen om iets over je zoon te bespreken.’ Angela fronst haar blik en zegt: ‘Kom erin.’ Als we op de bank zitten zegt ze: ‘Wat is eraan de hand, ik schrik me dood, ik lag te slapen en opeens sta jij hier met een wildvreemde.’ ‘Sorry, Angela’, zegt mevrouw Bogers met trillende stem. ‘Er is iets met Fernando.’ Dan begint ze te huilen. ‘Doe jij het woord maar Elizabeth’, zegt ze snikkend. Ik zeg: ‘Fernando, komt veel bij familie Bogers over de vloer en zij maken zich zorgen over hem. Hij heeft namelijk verteld dat hij verkeerde vrienden heeft die hem afpersen en dwingen om drugs te verkopen.’ ‘Wat?’, zegt Angela. ‘Donders! En dat doet hij allemaal achter mijn rug?!’ ‘Hoe lang speelt dit al?’ ‘Een tijdje’, zegt mevrouw Bogers haperend. ‘Maar je moet niet boos op hem zijn want hij wordt afgeperst. Hij kan er niks aan doen.’ ‘Jeetje, wat schrik ik hiervan’, zegt Angela. Ik zeg dat ik me dat goed kan indenken en dat ik me zorgen maakte en erop aangedrongen heb om hun als ouders op de hoogte te stellen. Angela is erg geschrokken en boos op Fernando. ‘Waarom doet dat jong dat en waarom zegt hij niks?’ Opeens gaat de deur open en stapt er een lange jongen naar binnen. Er valt een stilte. ‘Dus nu weet je het’, zegt hij schuchter. ‘Ben je wel helemaal besodemietert’, schreeuwt zijn moeder. ‘Angela, rustig’, zegt mevrouw Bogers en ze slaat een arm om Angela heen. ‘Hij ken er echt niks aan doen. Die rotjongens van school daar moet je boos op zijn.’ ‘Ik heb van mevrouw Bogers gehoord dat je in een hele moeilijke situatie verkeerd’, zeg ik. ‘Je moeder heeft het net gehoord en ze is geschrokken.’ Fernando knikt en lijkt tegen zijn tranen te vechten. Dat doet iets met Angela. ‘Maar jongen, hoe lang loop je hier al mee rond en waarom heb je niks gezegd.’ Fernando loopt naar zijn moeder toe en geeft haar een knuffel. Ze moeten allebei huilen. Mevrouw Bogers en ik blijven nog een tijd zitten en we bespreken met Fernando en zijn moeder de situatie. Hoewel Fernando heel erg angstig is, ziet hij wel in dat hij hulp nodig heeft en dat hij aangifte moet doen. Angela vraagt of ik hen kan helpen en we spreken af dat ik de volgende dag terug kom omdat het al 18.00 geweest is. ‘Dan gaan we nu chinees halen’, zegt Angela. ‘Eet je ook mee?’