Skip to content

‘Ik heb een woning gevonden’

door Elizabeth van Dis, buurtpastor Hoograven-Zuid

Jack heeft in zijn leven al veel te verduren gehad. Hij werd geboren op Sint Maarten en groeide op in armoede. Zijn vader had een alcoholprobleem en was erg agressief naar Jack en zijn moeder. Op zijn 14e vluchtte zijn moeder naar Nederland. Voor Jack was het lastig om een nieuwe start te maken. Hij had geen vertrouwen in de mensen om hem heen en vond geen aansluiting. Op school haalde hij slechte cijfers en hij werd gepest. Hij verliet zijn school zonder diploma en kwam in de criminaliteit terecht.

Ik ontmoet Jack als hij 30 is. Hij is getrouwd en heeft twee zoontjes. Naar mate ik hem beter leer kennen, hoor ik meer over zijn turbulente verleden. Jack is gelukkig met zijn vrouw en kinderen, maar heeft in het dagelijks leven veel aan zijn hoofd. Oplopende schulden en de angst om dakloos te worden. In deze stressvolle situatie helpt het niet, dat hij zo weinig vertrouwen heeft in anderen. Hij voelt zich voortdurend tekortgedaan en bij de kleinste afwijzing neemt hij het woord discriminatie in de mond. Jack is in zijn leven zo gekleineerd dat dit zijn overlevingsmechanisme is geworden. Samen praten we over de pijnlijke herinneringen die hem zo getekend hebben. Ik zeg dat ik zie dat hij gekwetst is en vanuit die houding naar de wereld kijkt. Af en toe probeer ik er iets tegenover te zetten. Hoewel het hem in de gesprekken met mij wel lukt om te reflecteren en hij erkent dat hij zich snel het slachtoffer van zaken voelt, vindt hij het in de praktijk verdraaid lastig om niet in de slachtofferrol te schieten en boos en agressief te reageren.

Jack en zijn gezin wonen in een tijdelijke huurwoning waar ze bijna uit moeten. Ik help hen samen met het buurtteam met het zoeken naar een andere woning. Dit valt niet mee. Jack staat nog maar kort ingeschreven en komt niet in aanmerking voor particuliere huur. Jack en zijn vrouw zijn erg gestrestst. Ze kijken meerdere keren per dag op woningnet en speuren internet af naar kamers. Op een dag belt Jack me blij op. ‘Ik heb een woning gevonden!’ Ik ben blij voor hen en we maken een afspraak om te kijken wat er geregeld moet worden. Jack vertelt dat hij een woning heeft gevonden in Zuilen via Marktplaats. Jack vertelt dat hij €1000 borg moet betalen en morgen de sleutel al kan krijgen. Ik voel een knoop in mijn buik. ‘Zou dit wel kloppen?’ ‘Zou hij niet opgelicht worden?’ Ik vraag: ‘Heb je al een contract getekend?’ ‘Dat gebeurt morgen!’, zegt Jack stralend. ‘Gelijk met de sleuteloverdracht.’ Ondertussen laat Jack mij de advertentie en de foto’s van het huis zien. Het gevoel dat het allemaal te mooi om waar te zijn is, wordt sterker. Ik zeg: ‘Jack, ik weet hoe hard jullie een huis nodig hebben, maar ik heb zo mijn twijfels over dit huis. Ik vind het vreemd dat je eerst een borg moet storten en ik vind het huis er wel erg groot voor de huurprijs die ze ervoor vragen.’ Jack kijkt me aan en schudt zijn hoofd. ‘Ik heb hier juist wel een goed gevoel over. Ik zie dit als een wonder van God.’ Het lijkt erop dat het verlangen naar een ander huis en de angst om dakloos te worden groter zijn dan de realiteitszin. Ik uit nogmaals mijn twijfels en vraag of het toch niet beter is om het contract af te wachten. ‘Ik heb het geld al gestort, ik kon het van mijn neef lenen’, zegt Jack. ‘Alles is nu in Gods handen.’ ‘Oh nee!’, denk ik en besef dat er niet echt een weg terug is. ‘Ik hoop dat je gelijk hebt’, zeg ik. De volgende dag krijg ik een appje: Hoi Elizabeth, ik ben opgelicht. Er was niemand L  Ik voel me echt zo stom en niet goed. Ik wou het echt zo graag.

Ik heb enorm met Jack en zijn vrouw te doen. Jack schaamt zich voor zijn naïviteit en krijgt van familie en vrienden de wind van voren. ‘Wat ben je ook een stommeling dat je het geld hebt overgemaakt’, krijgt hij te horen. Ik begrijp die reactie, maar ik begrijp ook dat de enorme paniek en de urgentie om een woning te vinden hem verblind hebben. Ik probeer bespreek dit met hem en samen kijken we of er nog iets te redden valt. We doen aangifte en leggen contact met de bank. Helaas zonder resultaat.

Een paar weken later ben ik weer bij hen terwijl Jack gebeld wordt. Het is zijn halfbroer met wie hij weinig contact heeft. Aan het gesprek hoor ik dat het over een woning gaat. Als Jack opgehangen heeft, vertelt hij dat zijn broer aangeboden heeft dat hij tijdelijk in zijn huis mag wonen in Soest. Zelf gaat hij samenwonen met zijn vriendin. Het klinkt als een mooi aanbod dat wat druk van ketel zou kunnen halen. ‘Ik weet het niet’, zucht Jack. ‘Ik vind het reuze aardig van hem, maar Soest…. Het is ver weg en er wonen bijna geen buitenlanders. Je zal zien dat we daar problemen krijgen. Mijn broer heeft ook wel eens ruzie gehad volgens mij.’ De vrouw van Jack denkt er heel anders over. ‘Dit gaan we doen. Geef de telefoon ik ga het gelijk regelen.’ Jack is blij dat hij niet op straat komt te staan, maar telkens als ik hem spreek deelt hij doemscenario’s met wat er zou kunnen gebeuren in Soest en hoe hij en zijn vrouw gediscrimineerd en gepest zouden kunnen worden. Twee weken later verhuist de familie naar Soest. Via whatsapp blijf ik in contact met hen. Ik merk dat de stress minder wordt en dat ze langzaam beginnen te wennen. Op een zonnige woensdagmiddag krijg ik een spraakberichtje van Jack: Hee Elizabeth, lekker weer vandaag in het oh zo prachtige Soest! Ik hoor de lach van Jack. De reden dat ik je dit vrolijke bericht stuur, is dat ik heb gemerkt dat hier aardige mensen wonen! Of het nou te maken heeft dat ze een goedgevulde rekening hebben… In ieder geval aardige Hollanders!