In de Geuzenwijk

door Buurtpastor Heleen Heidinga

Ze doet het vaker. Op haar telefoon zittend, meeluisteren naar het gesprek dat ik met de volwassenen heb. En dan zo af en toe opeens iets aan mij vragen of ergens iets van vinden. Het zijn vaak handvatten om in te gaan op wat er in haar koppie zit, deze dame van 14 jaar die er uitziet alsof ze 20 is en een dito houding heeft. Ze heeft een speciaal plekje bij mij. Is al van heel ver gekomen. Twee jaar geleden lukte het niemand om haar te helpen weer naar school te komen, haar agressieve gedrag te hanteren of überhaupt wijs te worden uit zichzelf. Dat waren zware tijden voor haar moeder die erop aangekeken werd dat ze haar dochter niet naar school kreeg. Leerplicht en boetes gaven stress, en de spanning thuis was om te snijden. We konden wel altijd blijven praten. En ze kon mij vertellen waarom school stom was en ze daar nooit meer heen zou gaan.

En moet je haar nu zien: ze loopt stage, ze gaat weer een aantal uur per dag naar school, ze maakt haar huiswerk en ze gaat over, vertelt ze glimmend van trots. Ik ben trots op d’r, zegt haar tante die ook aangeschoven is, tegen mij. Eerst was het een loeder, dat heb ik d’r ook verteld, maar nu echt hoor, ik ben trots op d’r.

Er worden hier via mij complimenten uitgewisseld. Ik zit naast het onderwerp van gesprek en geef haar een duw tegen haar schouder. Hoor je dat? Ze is trots op je! En ik ook, zeg ik. Nog meer glimlach.

Heleen waarom heb jij eigenlijk geen lenzen?  vraagt ze opeens. Ik vertel dat ik wel lenzen heb gehad, maar dat ik er last van kreeg en dat ik nu niet zo’n zin heb om dat hele wenproces weer door te moeten. Maar dat ze me wel op een idee brengt. En hoe gaat het met jouw lenzen? vraag ik dan. Ze vertelt dat ze ze nooit uit doet omdat ze dat echt horror vindt en ze dus dag en nacht in heeft. Maar dat ze nu zo vies zijn en ze dus eigenlijk niet meer goed ziet. We zijn het er allemaal over eens dat dat niet goed voor haar ogen is, maar ja, je kunt moeilijk met geweld de lenzen uit de ogen van je dochter trekken. En bovendien heeft haar nicht dezelfde soort lenzen al twee maanden in. Lekker goedkoop en geen centje pijn.  Ik vraag door over wat er dan moeilijk is en of er ook alternatieven zijn. Ze belt midden in het gesprek zelf met de brillenwinkel en vertelt aan degene aan de andere kant van de lijn dat haar broer een bord had gezien met nachtlenzen en hoe dat dan precies werkt. Nee, geen bord van jullie? Nou me broer had het toch gezien hoor… nee echt niet? Oké, bedankt. En ze legt weer neer. Nee, nachtlezen hebben ze niet, zegt ze dan bloedserieus tegen ons.
Hoe laat sta jij eigenlijk op Heleen? Oké, het lenzengesprek is blijkbaar even genoeg nu, denk ik. Ik sla hem op voor een volgende keer en laat het voor nu even gaan.
Zeven uur, zeg ik, terwijl ik ondertussen iets nakijk voor haar moeder. ZEVEN UUR??? Nee, joh, zegt ze geschokt!
Ja, zegt haar moeder, normale mensen staan ‘s morgens om zeven uur op! Nu word ik als meetlat ingezet. Maar voordat ik daar iets van kan zeggen zegt haar dochter: ja maar ik moet tot 21.00 uur stage lopen, dan kun je toch nooit om 7 uur ’s ochtends opstaan? Dat is logica waar iedereen heel hard om moet lachen, inclusief zijzelf.