Skip to content

Ontvangen worden in Kanaleneiland

door Buurtpastor Titus Schlatmann

Vanochtend bracht ik een bezoek aan de ‘doorgeefwinkel’. Dat is een tot winkeltje omgebouwde garage, onderin een flat, hier in Kanaleneiland. Iedereen kan er overtollig huisraad en kleding brengen, en iedereen mag er ook weer uitzoeken wat hem/haar van pas komt. Zo worden nog bruikbare spullen aan een ander doorgegeven. Een mooie formule. Het winkeltje is er nog niet zo lang. Het wordt gerund door buurtbewoners en het wordt steeds bekender en populairder. Ik kom er zelf ook graag elke woensdag even langs. Omdat ik het mooi vind wat hier gebeurt, én omdat ik graag in contact kom met buurtbewoners. En hier kan dat op een heel ongedwongen, alledaagse wijze; door gewoon rustig te kijken wat er in de rekken hangt en te zien wie er op dat moment is.

Vandaag wordt ik begroet door vrijwilligster A. ‘Zo, ben je daar weer! Ik heb het druk hoor; er zijn veel spullen gebracht, die moet ik allemaal uitzoeken.’ ‘Nou, ik zie het, je bent er maar druk mee!’ B begroet mij ook, een jonge man van ongeveer 30 jaar. Vorige week hadden we elkaar ook gezien, en dat wist hij nog. Ik kon hem toen eigenlijk niet zo goed volgen en verstaan. Nu zegt hij: ‘Het gaat weer beter met mijn elleboog’. En hij wijst naar zijn arm.  Ik had vorige week ternauwernood begrepen dat hij klachten had. ‘Wat fijn!’ zeg ik. Vandaag begrijp ik ineens dat hij hier in de flats de portieken schoonmaakt. Aha, dan is het belangrijk dat je geen pijn hebt in je arm…

Ik sta op de stoep voor de winkel, tussen vrijwilligsters en bezoekers. Dan komt de bovenbuurman uit de flat, met een blad met kopjes en een theepot. Hij schenkt voor iedereen marokkaanse thee in, dat zag ik hem de afgelopen weken al vaker doen. Ik krijg ook thee van hem aangeboden. ‘Wat lekker, dankuwel’. Hij zegt dat we moeten gaan zitten. Dat doen we en ik raak in gesprek met degene die naast me zit. Dan komt er een schaal met cake voorbij. Ineens is de stoep een terrasje geworden, waar we gezellig bij elkaar zitten. Omdat het buiten is voelt het voor mij redelijk corona-veilig…  Eén van de vrijwilligsters met wie ik enkele weken geleden hier heb kennis gemaakt, zegt tegen een bezoeker: ‘Kijk, dat is Titus, de buurtpastor, hij praat met iedereen’. Ik kijk er van op en bedank haar voor deze introductie. Ik word er blij van. Het is namelijk niet altijd zo makkelijk om uit te leggen wat je als buurtpastor komt ‘doen’. Des te fijner is het voor mij om te merken dat een buurtbewoonster op deze manier aan iemand anders vertelt hoe zij mij beleeft. De herkenning, de begroeting, de thee: dit alles voelt als een gastvrij onthaal. Dat ik op deze informele plek op deze manier ontvangen wordt, helpt mij bij mijn weg door deze wijk. Stap voor stap opent deze zich.