Skip to content

Tussen witte bonen en asjoerasoep

Ik krijg een spraak WhatsApp van Esila: “Heleen, heb je morgen tijd? ik wil praten.” Ik stuur een spraakberichtje terug, dat ik ’s ochtends langs kan komen. Er is van alles aan de hand met haar kinderen dus ik kan wel zo ongeveer raden waar het gesprek over zal gaan. Vorige week hebben we een gesprek gevoerd met andere hulpverleners. Esila moet dat dan altijd even laten bezinken en wil daarna vaak nog eens met mij samen van gedachten wisselen en vragen stellen die ze nog niet bedacht had of die ze niet durfde te stellen in het eerdere gesprek.

witte bonenAls ik binnenkom ligt de woonkamer vol met bonen uit de tuin. “Wow, wat veel!” zeg ik, “wat ga je er nu mee doen?” Ze vertelt dat ze de bonen allemaal stuks stuks gaat verdelen in zakjes en dan gaat invriezen. “Heel lekker Heleen, met vlees en couscous en dan beetje bonen.” Ze vraagt of ik ook van witte bonen houd en die veel gebruik. Ik vertel dat ik witte bonen eigenlijk alleen ken van witte bonen in tomatensaus uit een pot en dat ik dat niet zo lekker vind. Esila verzekert mij dat dit echt heel anders is en dat ik het eens moet proberen in een vleesgerecht. “Ik kom graag bij jou in de leer”, zeg ik lachend. “Goed, goed”, zegt ze, nu ook lachend. Als Esila kookt en vertelt over eten, dan is zij in charge. Dan kan ik van haar leren.

Ik krijg thee en een soort zoete soep. “Heleen, eten”, zegt ze in haar typerende Nederlands dat ik inmiddels heel goed begrijp. Het blijkt asjoerasoep te zijn. Die hoort op de tiende dag van het nieuwe Islamitische jaar met elkaar gegeten te worden. Esila vertelt dat ze die soep dus eigenlijk gisteren had moeten uitdelen, maar door alles wat er toen gebeurde met haar zoon,  is ze dat helemaal vergeten. Terwijl ik soep eet, vertelt zij. Ik luister en stel vragen. In al die jaren dat ik haar nu ken, zie ik dat ze enorme stappen heeft gezet als het gaat om haar zoon. Het zijn kleine stapjes geweest met veel vallen en opstaan, maar als je terugkijkt kun je de verandering duidelijk zien. Ze heeft aan den lijve ondervonden dat het voor hen allebei niet goed is om hem steeds de hand boven het hoofd te houden. “Ja Heleen, niet makkelijk”, zegt ze, terwijl ze haar tranen droogt. “Nee, dat is het zeker niet”, zeg ik, terwijl ik mijn laatste hap soep neem. “‘Maar je hebt het goed gedaan. Als je bedenkt hoe het vijf jaar geleden tussen jullie ging, hebben jullie samen toch al heel wat veranderd.”

“Ja, dankjewel,” zegt ze met een waterig lachje. We zijn samen even stil en laten alles bezinken.

“Nog soep, Heleen?”