Vaarwel zeggen voelt alsof het haaks staat op mijn jaar buurtpastoraat in Parkwijk-Zuid. Als buurtpastor hoopte ik elk contact in de wijk te kunnen uitbouwen tot een relatie, en elke relatie hoopte ik te kunnen verdiepen. In die relatie wilde ik de ander zorg bieden, hoe dat dan ook maar dat nodig en mogelijk was. Het trouw onderhouden van de relatie voelde in zichzelf al als een vorm van zorgdragen voor die ander.
De relatie verbreken – weggaan – staat daarmee haaks op de kern van dat relationele werken. Hoe werkt relationeel weggaan eigenlijk? Een heel jaar ben ik bewust relaties aangegaan, met in mijn achterhoofd: ‘ik ben hier voor de lange termijn’. Afscheid staat niet in het woordenboek. Hoe werkt dat? Hoe kan je relationeel afscheid nemen?
Nee. Dat meen je niet. Ga je me in de steek laten? Ik kwam erachter dat weggaan pijn kan doen bij een ander, zelfs als je het met tact en zachtheid probeert te vertellen. Weggaan is iets definitiefs, het is zwart-wit. Té zwart-wit voor sommigen. Zij vragen of ik nog af en toe een belletje kan doen, af en toe langs kan komen. Ze weten dat ik niet ga blijven maar willen ook niet dat ik ga weg-blijven. Ik wil dan geen nee zeggen, maar kan ik ja zeggen? Ik ben gaan hechten aan deze mensen, en ik zou graag een band bewaren. Ook al gaat die band – hoe dan ook – veranderen. De dynamiek zullen we opnieuw uit moeten vinden. Het kan blijken dat de relatie dan niet meer duurzaam is. Het kan zijn dat het uitstel van executie is.
Ik denk dat jij niet doorhebt hoeveel jij betekent hier voor de mensen, voor mij. Ik denk dat hij gelijk heeft. Voor mijn gevoel zit de waarde van dit werk vooral in de trouwe aanwezigheid op de lange termijn. Dat ik dan nu al na een jaar weg ga, voelt alsof ik half werk lever aan de mensen die ik heb leren kennen. Ik ga inderdaad, zoals een buurtbewoner zei, nu al weg. Juist nu ik het idee begon te krijgen dat ik meer en meer in de wijk aan het landen was, en met buurtbewoners een verdiepingsslag aan het maken was. Hierdoor onderschat ik misschien wel de waarde die het werk al wel heeft gehad in het afgelopen jaar.
Ik vraag naar hoe ik voor hem van betekenis ben geweest. Je was er gewoon op de juiste momenten. En: Door jou kon ik dan weer helder nadenken. Deze buurtbewoner is in de afgelopen jaren door diepe dalen gegaan. Ik heb verschillende momenten meegemaakt dat hij de wanhoop nabij was. Het gaat nu beter. Hij probeert zijn leven op de rit te krijgen en zijn dromen waar te maken. Dit zien geeft het me het vertrouwen dat hij mij niet nodig heeft om te komen waar hij wil zijn. Toch zegt hij mij nodig te hebben. Pogingen van mij uit om samen te zoeken naar anderen die kunnen bijspringen als ik weg ga, zijn niet direct vruchtbaar. Hoewel ik niet meer de rol kan innemen die ik de afgelopen periode heb vervuld, besluit ik eens in de zoveel tijd langs te blijven komen bij hem. Ik weet dat ik hiermee misschien het afscheid alleen maar verplaats naar later, maar ik ben bereid te zoeken naar een duurzame manier van contact houden.
In de wijk breng ik in de laatste periode meer tijd door met de mensen die ik al ken, en ben daardoor minder op straat te vinden. Het aangaan van nieuwe contacten is geen prioriteit meer, want over een paar weken kies ik het ruime sop. Ik kies om wat meer aan te sluiten bij andere projecten, zoals die van de buurtagenda, om zo mijn laatste weken nog zoveel mogelijk in de wijk te kunnen doen.
Het liefst heb je niet dat iemand via via hoort dat je weggaat of weg bent. Er is een aantal buurtbewoners die ik ondertussen goed heb leren kennen, maar die ik alleen spreek als ik ze toevallig tegenkom. Om hen op de hoogte te brengen van mijn vertrek moet ik bewust de plekjes opzoeken waar ik hen vaak ontmoet. Het is dus ook een beetje geluk hebben. Dit maakt dat ook deze afsluitende periode van mijn tijd als buurtpastor het onvoorspelbare aspect behoud dat het werk in het afgelopen jaar kenmerkte, ook al loop ik nu wél met een agenda door de wijk.
Hoewel de wijk niet zoveel is veranderd in het afgelopen jaar, ben ik dat wel. De wijk is langzamerhand als een soort thuis gaan voelen. Ik woon er niet, maar ben er wel op mijn plek. Ik weet meer over de wijk en de mensen dan sommige buurtbewoners zelf. Dit is het product van de maandenlang door lege straten wandelen, zwaaien als iemand aan de overkant binnen van achter een gordijn naar me staat te kijken, her en der een praatje aanknopen met een toevallige voorbijganger. Maar ook van bij buurtbewoners op de koffie gaan, uitgenodigd worden bij een familiebijeenkomst, samen met een buurtbewoner naar de bios gaan. Door de traagheid van de eerste maanden heen kon ik het afgelopen jaar aansluiten in de levens van mensen met wie ik anders niet snel ik contact was gekomen. Een van de buurtbewoners zei: In het begin heb ik je een beetje getest, om te zien of je oprecht was. Toen ik zag dat je een eerlijke man was, toen ging ik je pas echt meer vertellen. Aansluiten, vertragen en trouw blijven bleken belangrijke sleutels tot het leven van een ander te zijn. Dit soort inzichten en ervaringen zullen ongetwijfeld voor mij op andere (werk)plekken vruchtbaar blijken. Het buurtpastoraat laat ik achter me, maar de unieke werkwijze van het buurtpastoraat is een blijvertje.
Gerson Kranenburg, voormalig buurtpastor Stichting Buurtpastoraat Utrecht
